Om de foto's van de genomineerden te bekijken: klik hierboven in het rooster op de kleine foto's.
Paul Bogaert (1968, Brussel) publiceerde met ‘AUB’ (2006) zijn derde dichtbundel. Een waar kleinood, oordeelt de jury. Zij wijst op de klankrijkdom van deze merkwaardige verzameling woorden en op de zelfverzekerde, verbluffende precisie waarmee de dichter zijn gedichten uit het papier tevoorschijn snijdt ‘met de vaste hand van de chirurg’. Het strakke perfectionisme van de gedichten wordt doorgetrokken in de vormgeving van de bundel. Fascinerend is de combinatie van alledaagse voorwerpen en situaties en de vervreemdende wijze waarop de dichter er op papier mee omgaat. Bogaert ontmantelt en recycleert de clichés en formules waarmee we de complexe werkelijkheid proberen te temmen, en duwt de lezer de eigen boutades in het gezicht. De dichter zet zijn korte zinnen strak en stil neer, met af en toe ruimte voor authentieke ontroering en een wrang soort van droge humor.
Van meet af aan integreert Bogaert nieuwe media in zijn dichterschap. Tijdens lezingen projecteert hij zijn gedichten in een powerpoint-presentatie. En op zijn website vind je verschillende soorten van websitegedichten. Het gedicht ‘Nooit af’ past Bogaert aan wanneer hij het nodig acht, zonder de vorige versie te bewaren. De duogedichten schreef hij samen met collega-dichters Jan Lauwereyns en Catharine Wagner. De ‘linkgedichten’ bevatten hyperlinks waarmee je dieper in het gedicht kan kruipen. En de rubriek ‘ondertitels’ toont filmpjes die met poëzie ondertiteld zijn. Bogaert bewijst dat papier en monitor geen water en vuur zijn, maar elkaar aanvullen.
Het oeuvre van Paul Bogaert is klein, maar uiterst consistent en al vanaf het debuut ‘WELCOME HYGIENE’ (1996) van een opvallend hoge kwaliteit.
www.paulbogaert.be
boven
Na acht jaar stilte neemt Charles Ducal (1952, Huldenberg) opnieuw het woord in de bundel 'In inkt gewassen’ (2006). Als ‘kind van de hoeve’ evoceert hij leven en dood op de boerderij, een beklemmende en duistere wereld waarin alle romantiek wordt geofferd op het altaar van handel en bruikbaarheid. Alles blijkt uitbuiting en consumptie. Ducal verpakt zijn scherpe blik op een kannibalistische maatschappij in strakke poëzie, met sterke metaforen en uitgepuurde momentopnamen. Maar de bundel toont ook een speelse, lichtvoetige Ducal, want ‘niet langer gebonden aan zijn matrijs’. Eerst moet de lezer samen met de dichter in het veld ploeteren. Daarna trekt de dichter zichzelf en ons uit de Vlaamse modder. Ducal schrijft klankrijke verzen en hanteert meesterlijk zijn enjambementen. Daardoor lijkt de poëzie moeiteloos neergeschreven.
Charles Ducal (pseudoniem van Frans Dumortier) werkt als leraar. In 1987 debuteerde hij met ‘Het huwelijk’, een bundel die shockeerde door de ontluisterende beschrijvingen van het huwelijk en de quasi-blasfemische manier waarop de dichter religieuze thema’s aansneed. Critici plaatsten hem in de lijn van Willem Elschot. De cynisch-ontmaskerende toon en het thema van niet te verdragen onvolkomenheid waren daar niet vreemd aan. Daarnaast valt Ducal te situeren in een ruimere traditie van modernistische dichters, die de werkelijkheid proberen te doorgronden met behulp van symbolen en mythologische referenties. Veel van zijn bundels werden bekroond.
In de prozaverhalen van ‘De meesterknecht’ (1992) verwerkte Charles Ducal autobiografische gegevens uit zijn katholieke jeugdjaren en zijn radicaal-linkse verleden. Het essay ‘Over de voorrang van rechts’ (1993) bevatte een briefwisseling met Kamiel Vanhole over de opkomst van extreemrechts in Vlaanderen.
boven
LAUREAAT
‘Spinalonga’ (2005) is de vierde dichtbundel van Peter Holvoet-Hanssen (1960, Antwerpen). Deze conceptbundel sprankelt van betekenissen, juicht de jury. Als wolkenluchten veranderen de gedichten steeds van vorm en stapelen de woorden zich op elkaar. Wat eerst als briljante chaos overkomt, blijkt na enkele lezingen woordenwiskunde te zijn, met elk woord op zijn plaats. De gedichten openen zich als een ‘rozenwond’ en tonen telkens nieuwe diepten. Maar ook op een minder complex niveau valt er heel wat te genieten. De dichter refereert aan wiegeliedjes en schoolversjes, stoft vergeten pareltjes uit het woordenboek af, voert mysterieuze personages op en speelt met tinkelende plaatsnamen als Melle en Schellebelle. Een schat van taal en beelden, die samen het wonderlijk universum van een uniek dichter vormen.
Peter Holvoet (Hanssen is zijn moeders familienaam) schrijft al sinds zijn zestiende, maar wilde eerst het leven ‘in al zijn kieren’ verkennen voor hij in 1998 met zijn poëzie debuteerde. Hij werkte als lijnagent in de haven, in de culturele sector, als verzorger van zeezoogdieren in de zoo, als hulpverlener in een opvangcentrum voor thuislozen en in een Engelse boekhandel, en dweilde ondertussen als deejay Pierre Creuxpied het Antwerpse nachtleven af. Muziek zou een constante blijven in het werk van Holvoet-Hanssen. Als troubadour (zijn eigen omschrijving) treedt hij graag op met muzikanten, en tijdens voordrachten hanteert hij zelf speeldoos en melodica.
Het proza van Peter Holvoet-Hanssen (‘De vliegende monnik. Een hersenspinsel’, 2004) is even uniek als zijn poëzie. Samen met jeugdauteur Noëlla Elpers, zijn echtgenote / privé-redactrice / muze, maakt hij met workshops in ‘Het Kapersnest’ kinderen warm voor literatuur.
www.kapersnest.be
boven